Sitemap

Disclaimer

Kankerverwekkende stoffen in de kapsalon?

Van tijd tot tijd verschijnen er berichten in de media waarin een relatie wordt gelegd tussen bepaalde vormen van kanker en het kappersberoep. Meestal gaat het hierbij om de veiligheid van haarkleurproducten. In het verleden - vooral vóór 1980 - zijn in deze producten kleurstoffen gebruikt die momenteel niet meer zijn toegestaan.
Met name voor een aantal verbindingen uit de groep van de zogenoemde ‘azo-kleurstoffen’ is vastgesteld dat zij kunnen leiden tot een verhoogd risico op blaaskanker en/of non-Hodgkin lymfklierkanker. Leveranciers verzekeren dat deze kleurstoffen nu niet meer voorkomen in haarkleuringen of andere cosmetische producten.

Regelgeving voor kankerverwekkende stoffen in cosmetica

In Nederland zijn de eisen met betrekking tot de veiligheid van cosmetica vastgelegd in het Warenwetbesluit Cosmetische producten, dat is gebaseerd op de Europese Cosmeticarichtlijn. De richtlijn bevat onder meer een “lijst van verboden bestanddelen”. Het 7e amendement van de Cosmeticarichtlijn verbiedt het gebruik van stoffen die als kankerverwekkend zijn geclassificeerd in de (EU) klasse 1 en 2 (zie kader). Wanneer de stof als kankerverwekkend is geclassificeerd in klasse 3, moet in een risico-evaluatie worden aangetoond dat de betreffende toepassing geen risico inhoudt (bijvoorbeeld door het lage gehalte). Deze beoordeling wordt uitgevoerd door het wetenschappelijk comité voor cosmetica van de Europese Commissie, waarna toelating al dan niet volgt.

Klasseindeling kankerverwekkende stoffen (EU-richtlijn 67/548/EEG, bijlage VI)
Klasse 1“Stoffen waarvan bekend is dat zij voor de mens kankerverwekkend zijn. Er is voldoende bewijs voor een oorzakelijk verband tussen blootstelling van de mens aan de stof en ontwikkeling van kanker” (op grond van epidemiologische gegevens bij de mens).
Klasse 2“Stoffen die dienen te worden beschouwd als kankerverwekkend voor de mens. Er is voldoende bewijs voor een sterk vermoeden dat blootstelling van de mens aan de stof kan leiden tot de ontwikkeling van kanker, meestal op grond van:
  • geschikte langdurige dierproeven
  • andere relevante informatie”
Klasse 3“Stoffen die in verband met hun mogelijke kankerverwekkende eigenschappen reden geven tot bezorgdheid voor de mens, maar waarvan de effecten door een tekort aan informatie niet kunnen worden bepaald. Er zijn aanwijzingen op grond van geschikte dierproeven, maar deze zijn niet voldoende voor indeling van de stof in categorie 2.”

 

Onderzoek in de krant

Het onderzoek dat in onderstaand krantenartikel wordt aangehaald, vond een verhoogd risico op non-Hodgkin onder consumenten die al ruim vóór 1980 regelmatig hun haar kleurden. Onder consumenten die pas 1980 begonnen met het kleuren van hun haar werd geen verhoogd risico gevonden. De onderzoekers verklaarden het verschil uit het feit dat de bekende kankerverwekkende stoffen inmiddels verdwenen waren uit haarkleurproducten. Echter, men kon niet geheel uitsluiten dat ook de lange latentietijd voor non-Hodgkin (25 jaar) een rol speelde. In dat geval zouden eventuele effecten bij degenen die ná 1980 zijn begonnen met kleuren nog aan het licht moeten komen.

Uit De Telegraaf, 26/1/2004

ma 26 jan 2004, 08:20

Nieuw verband tussen haarverf en kanker
door René Steenhorst
NEW YORK - Amerikaanse wetenschappers zeggen steeds meer bewijzen te vinden voor een mogelijk oorzakelijk verband tussen langdurig gebruik van haarverfstoffen en het ontstaan van non-Hodgkin, een vorm van lymfklierkanker.
Uit recent onderzoek onder circa 1300 vrouwen aan de Yale Universiteit in New Haven, Connecticut (VS), zou blijken dat degenen die ruim vóór 1980 zijn gestart met haarkleuren zo’n veertig procent meer kans lopen om deze ziekte te ontwikkelen.